Oefenen met een naaste

Laatste update: juli 2016

1. Wat is Oefenen met een naaste?

Het uitvoeren van oefeningen door een CVA-patiënt samen met een familielid of naaste (oefenpartner). In Engeland wordt de term FAME (family mediated exercises) gebruikt. In de literatuur vind je ook de term Caregiver mediated exercises.
Voor een onderzoek in Nederland (CARE4STROKE, in Reade en VUmc) werden standaard oefeningen ontwikkeld. Natuurlijk kunnen de oefeningen uit de oefengids worden gebruikt, maar deze kan iemand ook alleen doen (de naaste is niet nodig), het is dus goed om ook oefeningen te hebben waarbij de naaste wel nodig is en hij/zij er ook nog van kan leren.
Idealiter oefent de naaste meerdere keren per week (FAME: dagelijks 35 min, CARE4STROKE: 5x 30 min) met de patiënt. Een keer per week is er een sessie met de fysiotherapeut voor instructie en evaluatie. Het programma is individueel, alleen de tijdsduur ligt vast. Wekelijks worden de oefeningen vastgesteld en geëvalueerd.

Het Oefenen met een naaste gebeurt naast de reguliere therapie, op een eigen gekozen moment buiten de reguliere behandeltijden om. Dit kan op elke dag in de week en bij voorkeur in ieder geval op de weekenddagen.

Aangezien veel mantelzorgers een hoge zorglast ervaren in de thuissituatie, is het van belang om bij nazorgcontroles en activiteiten niet alleen het functioneren van de patiënt maar ook het functioneren van de partner/naaste in kaart te brengen. Partners/naasten beginnen vaak niet uit zichzelf over de ervaren zorglast, maar brengen dit pas ter sprake als zij het niet meer aankunnen.

Het meten van zorglast is van belang om te voorspellen welke mantelzorgers risico lopen op overbelasting, om het functioneren van de mantelzorgers te volgen en om te evalueren in hoeverre de gegevens steun en begeleiding tot verbetering van het functioneren van de mantelzorgers leidt. Om de overbelasting van de mantelzorger te meten kan gebruik gemaakt worden van de CSI, een vragenlijst die afgenomen kan worden tijdens een controle afspraak.
Dit instrument is ontwikkeld in de Verenigde Staten in 1983 door B. Robinson. De CSI is één van de meest gebruikte (internationale) meetinstrumenten om belasting door mantelzorg te meten. Zie voor meer informatie over de CSI de onderliggende pagina.

2. Wat is het doel?

Het Oefenen met een naaste wordt vaak gebruikt om de intensiteit van oefenen te verhogen. Ook is het een middel om te gebruiken ter ondersteuning van CIMT.

3. Voor wie is het?

Elke CVA-patiënt die samen met een familielid wil oefenen en niet ernstig cognitief beperkt is (bv MMSE> 24). De naaste moet fysiek en mentaal in staat zijn de oefeningen te begeleiden en bereid zijn meerdere keren per week met de patiënt te oefenen. De patiënt kiest de naaste uit. Patiënt en naaste geven onafhankelijk van elkaar toestemming voor deelname.

Belangrijkste criteria zijn dat revalidant en naaste willen en gemotiveerd zijn. Daarnaast moeten ze samen in staat zijn tot oefenen. Dit wordt bekeken tijdens een intake, waarbij de revalidant en naaste het oefenen bij een fysiotherapeut een keer uitproberen.

4. Wie brengt dit voorbeeld in praktijk?

Revalidatiecentrum Reade en VUmc zijn bezig met onderzoek en zorginnovatie naar een oefenprogramma voor patiënten samen met een naaste (CARE4STROKE). Dit programma richt zich met name op het trainen van de onderste extremiteit. In Reade is ook een pilot gehouden. Daaruit bleek dat revalidanten en naasten het nuttig en leuk vonden, maar ook vermoeiend.
Voor meer informatie kan je ook contact opnemen met: Judith Vloothuis, Revalidatiearts Reade, cluster NAH en onderzoeker.

Ook de knowledge brokers van Revant (Loes Coppers), het Martiniziekenhuis (Gonda Levering), Meander MC (Pien Slingerland), Vivent Mariaoord (Grace Brugmans en Monique Tiemessen) en Tolbrug (Annelies Middelbeek) kunnen je meer vertellen over het betrekken van de mantelzorger.

5. Bij welke aanbeveling uit de richtlijn past dit voorbeeld?

  • Patiënten die opgenomen zijn in ‘stroke units’, revalidatiecentra, en verpleeghuizen met revalidatiefaciliteiten dienen in de gelegenheid te worden gesteld om minimaal twee keer per dag, minimaal 20 tot 30 minuten per behandelsessie, te oefenen onder begeleiding van een fysio- en / of ergotherapeut.
  • Lichamelijke inactiviteit dient zowel tijdens opname als na ontslag naar de thuissituatie zo veel mogelijk te worden voorkomen.

6. Meer lezen?

  • In de bijlage vind je checklisten, voorbeeld brief en protocol van andere instellingen die hiermee aan de slag zijn gegaan.
  • In de bijlage vind je een Nederlandstalig artikel over de waarde van o.a. FAME dat in het blad fysiotherapie en ouderzorg heeft gestaan.
  • Klik hier voor projectplannen en posters van knowledge brokers die met dit voorbeeld aan de slag zijn gegaan.
  • Glavin et al 2011 laat een significante verbetering zien in functionele uitkomst van de onderste extremiteit, balans, loopvaardigheid en activiteiten van het dagelijks leven.
  • Harris et al 2010 vond dat door het betrekken van een naaste de functie van de bovenste extremiteit significant verbeterd
  • Osawa et al 2010 vond een afname van neglect op het moment dat familie betrokken was.
  • Hirano et al. 2012 vond eerder ontslag in de groep die met een naaste trainde.
  • Kalra et al 2004 vond dat het trainen van de naaste in het begeleiden van CVA patiënten in hoe te bewegen, activiteiten van het dagelijks leven op te pakken en simpele verzorgingstaken uit te voeren, de last van de zorg bij de naaste te verminderen.
  • Wang et al 2015

7. Tips

  • Collega’s vinden soms dat ze familie hiermee teveel belasten. Benadruk dat de ervaring leert dat familie het juist positief vindt. Dat familie graag iets wilt doen. Bouw hiervoor ook in je werkwijze in dat je de mantelzorger vraagt. Als de mantelzorger niet wil, dan doe je het niet.
  • Collega’s twijfelen soms over het bewijs voor het oefenen met de mantelzorger. Meander heeft een literatuuroverzicht gemaakt. Dat heeft geholpen bij deze discussie. Gebruik dit literatuuroverzicht.
  • Zorg dat je de mantelzorger een concreet ‘product’ te bieden hebt. Het kost de mantelzorger tijd, soms moeten ze er extra voor komen.
  • Maak gebruik van de bezoektijden, al is het maar om familie te treffen en een afspraak te maken. Ruime bezoektijden helpt erg!
  • Wees flexibel in de opzet. Kijk ad hoc welke familieleden je kan treffen en ga daar iets mee doen/afspraken mee maken. Grijp elke gelegenheid aan.
  • Uit de pilot in Reade kwam dat het oefenen soms te veel was. Geef daarom de ruimte om bv in het weekend 2x 30 min per dag te oefenen en dan op een aantal doordeweekse dagen met een druk therapieschema niet.
  • Schat familie niet te hoog in. Er komt al veel (informatie) op hen af. Herhaal dus meerdere malen je boodschap.
  • Laat familie met de patiënt oefenen terwijl jij erbij bent.
  • Geef familieleden je e-mailadres of visitiekaartje. Dat is een laagdrempelige manier om vragen te stellen.
  • Benoem het belang, hoe en wanneer familie wordt betrokken in de afdelingsfolder en het opnamegesprek. Dat maakt het meer vanzelfsprekend.
  • Maak concrete afspraken met familie welke ADL taken zij gaan doen met patiënt en welke jullie doen. Leg dit vast in rapportage zodat iedereen dat weet.
  • Blijf zeer regelmatig als knowledge broker bij je collega’s benoemen dat je familie uitleg moet geven en waarom. Zeker als je kiest voor een meer flexibele manier van de familie betrekken, is de kans dat het wegzakt anders groot.
  • Zorg dat er een vast oefenmoment is met familie.
  • Zorg voor een aftekenlijst waarop je aangeeft of familie is geïnformeerd.
  • Betrek de verpleging (o.a. voor motivatie); plan het oefenen tussen revalidant en naaste samen met de verpleging in.

Heb je aanvullingen? Mail naar KB@kennisnetwerkcva.nl

Succes!