Meeloopdag

1. Wat is het?

Naaste(n) van revalidanten worden uitgenodigd om één of meerdere dagen mee te lopen met de behandelingen van de patiënt in de klinische fase.

2. Wat levert het op?

In de klinische fase helpen naasten mee, groeien ze mee en groeien ze toe naar goed ‘omgaan met’ in de chronische fase. Dit draagt bij aan beter herstel van de patiënt en aan vermindering van ervaren zorglast in de chronische fase door:

  • hen te voorzien van informatie over diagnose/prognose en behandeling
  • hen te leren met de revalidant te trainen (functies en vaardigheden)
  • hen te leren met beperkingen van de revalidant om te gaan (fysiek, cognitief en veranderd gedrag)
  • hen te betrekken bij de doelbepaling en de doelen van naasten mee te nemen in de behandeling

Intensief oefenen vanaf dag 1 van de patiënt te bevorderen, voorkomen van inactiviteit in klinische én in de chronische fase dit draagt bij aan sneller herstel en voorkomt terugval in de chronische fase.

3. Voor wie is het?

Voor de naaste(n) van klinisch opgenomen patiënten in alle settingen. De naaste is vaak een partner, maar het kan ook een kind, ouder of een ander persoon die betrokken is bij de zorg tijdens en na afloop van de klinische fase.

4. Hoe wordt het georganiseerd?

Organisatie is per instelling verschillend. Van belang is dat de organisatie van de meeloopdag zodanig is…

1. …dat voor de naaste in begin van de opname duidelijk is wát er van hem/haar verwacht wordt t.a.v. meelopen, leren van vaardigheden en aanwezig zijn bij de behandelingen en wánneer dat verwacht wordt

2. …dat er afstemming is in het behandelteam over wat er inhoudelijk aan de orde moet komen tijdens de meeloopdag.

3. …dat duidelijk is binnen de instelling wie verantwoordelijk is voor de organisatorische aspecten van de meeloopdag.

5. Wie brengt dit voorbeeld in praktijk?

Meeloopdagen zijn een ingeburgerd fenomeen, maar de werkwijze/ organisatie ervan is nog maar op weinig plekken beschreven. Het nut van de meeloopdagen wordt overal onderkend.

De knowledge brokers van MRC Doorn (Hester Stolk en Julia van der Meer) en van Vivent (Grace Brugmans en Monique Tiemessen) hebben zich bezig gehouden met de implementatie van een meeloopdag voor naasten van CVA-patiënten. Zij kunnen benaderd worden voor meer informatie.

In De Hoogstraat Revalidatie is een goed georganiseerde kindermeeloopdag. De maatschappelijk werkers van de neurologieafdeling kunnen daar informatie over geven.Ter inspiratie: In het MRC Doorn is een protocol voor de kindermeeloopdag. In Vivent is een folder gemaakt over hun meeloopdag “ De Carousel” (bijlage). 

6. Bij welke aanbeveling uit de richtlijn past dit goede voorbeeld?

CBO Richtlijn na een beroerte (2016)

  • Aangezien de zorglast hoog kan zijn, belangrijk specifiek aandacht aan de mantelzorgers en hun wensen en doelen te besteden.
  • Het is van belang om naasten met een hoog-risicoprofiel bij de start van de revalidatie op te sporen en extra te begeleiden.
  • Gerichte informatievoorziening in de vorm van psycho-educatie (individueel of groepsgewijs) over de gevolgen van een beroerte en mogelijke vormen van zorg en ondersteuning die in de regio beschikbaar zijn, dient altijd aangeboden te worden aan de mantelzorgers. Partnercursussen en gezamenlijke voorlichtingsbijeenkomsten worden aangeraden.
  • Het is van belang om de mantelzorgers kennis over de gevolgen van een herseninfarct of hersenbloeding en praktische vaardigheden aan te leren, probleemoplossende vaardigheden aan te leren en te ondersteunen bij het omgaan met stress, die hun helpen in de zorg voor hun naaste met een herseninfarct of hersenbloeding.

CBO Richtlijn na een beroerte (2008) blz 103 (Aanbevelingsniveau 3) Lichamelijke inactiviteit dient zowel tijdens opname als na ontslag naar de thuissituatie zo veel mogelijk te worden voorkomen. Er zijn aanwijzingen dat inactiviteit een onafhankelijke determinant is voor achteruitgang in functionaliteit na een beroerte zowel tijdens de revalidatiefase als in de chronische fase na een beroerte. C van de Port 2006, Lenze2004

Fysio Richtlijnen KNGF (2014) (Aanbeveling nr 60, niveau 1) Het is aangetoond dat bij patiënten met een CVA oefenen van lopen en andere aan mobiliteit gerelateerde functies en activiteiten met een mantelzorger leidt tot verbetering van de uitvoering van de basale activiteiten van het dagelijkse leven en tot een vermindering van de ervaren zorglast van de mantelzorger.

Ergo richtlijnen (2013) blz 88 (Aanbevelingsniveau 1) Het is sterk aan te bevelen dat de therapeut zelfzorg- en huishoudelijke activiteiten traint die relevant zijn voor de cliënt en zijn naastbetrokkenen passend bij, en liefst in, de context van de cliënt in een zo vroeg mogelijk stadium.
Het is aan te bevelen dat de therapeut training en advies ten aanzien van mobiliteit binnenshuis en buitenshuis biedt aan zowel de cliënt als diens naastbetrokkenen, passend bij de wensen en behoeften en mogelijkheden van de cliënt en diens naastbetrokkenen. 

Verpleegkundige revalidatierichtlijnberoerte (2009)

  • Aanbeveling 10.20 Verpleegkundigen kunnen een bijdrage leveren aan het bevorderen van sociale steun door in de eerste periode na de beroerte de naasten met wie de patiënt een hechte, intieme relatie heeft bij de zorg te betrekken. Niveau B
  • Aanbeveling 12.2 De verpleegkundige dient de informatie af te stemmen op de persoonlijke behoeften van de patiënt en naaste (Choi-Kwon e.a. 2005). Niveau 

7. Meer lezen?

1. Artikel: Lindhout 2016 et al- Rol familie (Medisch Contact, dec 2016). De auteurs van dit artikel stellen dat het er op lijkt dat patiënten sneller revalideren met hulp van naasten. Ook wordt er in het artikel beschreven, dat er beginnend bewijs is, dat het oefenen met familie een positief effect heeft op het herstel en dat de ervaren zorglast niet toeneemt maar juist als minder wordt ervaren.

2. Het proefschrift Stroke, social support and the partner (2016) van Willeke Kruithof; zet de resultaten uit het FuPro onderzoek en uit Restore4Stroke op een rijtje. Hieruit blijkt dat het belangrijk is om de mantelzorger al direct bij de revalidatie van hun partner, die een beroerte heeft gehad, te betrekken.  

8. Tips

  • Maak het plannen van de meeloopdag een vast onderdeel van het MDO. Dan zijn alle betrokken disciplines aanwezig en kan je afspreken wie waarvoor verantwoordelijk is. 
  • Neem de meeloopdag op in de checklist voor opname op de afdeling, het therapieboek dat alle clienten krijgen bij opname en in het evaluatieformulier. Maak ook zichtbaar op de afdeling wie nog wel/geen meeloopdag heeft gehad. Zo kan niemand eromheen.

 Hier de tekst